Dit prachtige boek nam ik mee na ons bezoek aan het Rijksmuseum (en een mok, want dat moest ook)
Naast bewondering voor zijn vele werken en waanzinnig mooi kleurgebruik, voel ik na het dichtslaan van het boek – altijd een moment van afscheid toch – dat twee lessen me zullen bijblijven.

Vincent van Gogh begon niet met zijn Sterrennacht, Korenveld met maaier (mijn favoriet) en Zonnebloemen, maar met tekenen. Leren schetsen, met een zelfbedacht perspectiefraamwerk.
Zijn vroege schilderijen zijn ‘Hollands’ donker (denk aan de Aardappeleters).
Hij koos met niet-aflatende steun van zijn broer voor een schildersbestaan en dompelde zich vanaf toen compleet onder. Elke dag weer leerde hij, schaafde hij aan zijn kunde en zijn kennis. Leren, doen, weer proberen.
Hij was met schilderen bezig op een manier zo intens dat het moeilijk te bevatten is.
Het herinnert me er weer aan dat alle goede dingen tijd kosten.

De Aardappeleters – Vincent van Gogh, CC BY-SA 2.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0, via Wikimedia Commons
Daarnaast lees ik dat Vincent (en tijdgenoten) ontzettende sprongen maakte in zijn ontwikkeling door anderen te kopiëren.
Pas toen hij zuidelijker trok en bijvoorbeeld de schilderijen van Monet zag, begon hij andere kleuren te gebruiken en andere stijlen uit te proberen tot hij uitkwam op de kenmerkende streperige schilderstijl die veel van zijn werken typeert.

Korenveld met maaier
Het is niet erg om te doen wat een ander doet. Leer van wie je bewondert, probeer het zelf eens uit. Het hoeft niet altijd maar anders.
Het toont me dat we allemaal worden wie we zijn in verbinding met anderen. In verhouding tot anderen. Geïnspireerd door anderen.
Tenslotte nog een bonus.
We kennen het verhaal van Vincents einde, maar de manier waarop de auteur ook dit gedeelte van zijn leven heeft beschreven en hem daarbij niet als zielig, maar als volwaardig en krachtig mens heeft geportretteerd (met woorden), vind ik mooi. Troostrijk. Hoopvol.


